6. Voedselproductie



Klik hier om eenEr zijn 3 soorten landbouw: akkerbouw, veeteelt en tuinbouw. De planten die in de akkerbouw en tuinbouw worden verbouwd, heten voedingsgewassen. De dieren die in de veeteelt worden gehouden, noemen we landbouwhuisdieren. De landbouw in Nederland is de laatste 60 jaar sterk veranderd. Tot 1950 waren de meeste landbouwbedrijven gemengde bedrijven of combinatiebedrijven. Tegenwoordig zijn de meeste bedrijven gespecialiseerd: er zijn akkerbouwbedrijven, veeteeltbedrijven en tuinbouwbedrijven. tekst te typen.


Akkerbouw:


Akkerbouwbedrijven zijn vaak grote bedrijven met heel veel grond. Meestal wordt op 1 grote akker maar 1 soort gewas verbouwd. We noemen dat een monocultuur. Akkerbouwers bestrijden de insecten en de ziektewekkers vaak met chemische gewasbeschermingsmiddelen (gifstoffen). Er bestaan twee soorten mest: organische mest en kunstmest. Organische mest is afkomstig van organismen. Kunstmest wordt kunstmatig gemaakt in laboratoria of fabrieken.


Veeteelt:


Veeteeltbedrijven in Nederland waren oorspronkelijk graasbedrijven. Veel veehouderijen hebben tegenwoordig weinig grond, zoals veel pluimveebedrijven en varkenshouderijen. Deze manier van veeteelt heet intensieve veehouderij en wordt ook wel bio-industrie of vee-industrie genoemd. De bio-industrie heeft voor de veehouders voordelen. Dankzij krachtvoer kan een veehouder dieren in grote aantallen houden waardoor hij meer melk, vlees en eieren kan produceren. Maar de bio-industrie heeft ook nadelen. Bij de bio-industrie ontstaat een mestoverschot, doordat er op het eigen bedrijf meer mest wordt gemaakt dan nodig is voor bemesting


Tuinbouw:


Vroeger verbouwden tuinbouwbedrijven de meeste gewassen buiten. We noemen dat tuinbouw in de open grond. Tegenwoordig worden veel tuinbouwgewassen in kassen verbouwd. We noemen dat glastuinbouw. De glastuinbouw heeft veel voordelen. in de kassen kunnen ze zorgen voor gunstige omstandigheden voor de groei van de planten. Daardoor kunnen ze in de kassen veel voedsel produceren. Ook kunnen voedingsgewassen in de kassen het hele haar door worden verbouwd waardoor er weer veel groente is. Maar er zijn ook nadelen. In de zomer is er genoeg licht en warmte in de kas om de planten te laten groeien maar in de andere seizoenen wordt er gebruikt gemaakt van felle lampen die erg veel elektriciteit gebruiken.


Visserij:


Een deel van onze voedingsmiddelen komt van de visserij. Door de groei van de wereldbevolking en door steeds betere vangstmethoden is er sprake van overbevissing. Overbevissing is het verschijnsel dat in een bepaald gebied te veel vis gevangen wordt. Hierdoor verdwijnt de vissoort uit dat gebied. Een ander nadeel van de visserij is de bijvangst. Bijvangst is het onbedoeld vangen van vissen. Ook is er visteelt. Visteelt is het kweken van vis in speciale bakke


Insecten:


Naast vlees en vis eten steeds meer mensen in Nederland insecten. Insecten vormen een goede bron van onder andere eiwitten.


Biologische landbouw:


de biologische landbouw probeert het milieu te sparen en toch voldoende voedsel te produceren. Zo worden monoculturen vermeden en kleine stukken grond met elkaar afgewisseld. Daardoor is de kans op insectenplagen kleiner. Verder wordt vruchtwisseling toegepast. Op een bepaald stuk grond wordt dan nooit twee jaar achter elkaar het zelfde gewas verbouwd.